Leerplandoelen


Volgende leerplandoelen toetste ik aan de praktijk:
Drama:
1. Kinderen kunnen de wijze waarop een dramatisch spel tot stand komt, herkennen en beschouwen. 1.5 Ze ervaren de wezenlijke aspecten van dramatisch spel: rol en handeling, tijd en ruimte.
2. Kinderen genieten van dramatisch spel. 2.5 Ze beleven plezier en genieten van zelf spelen en samenspelen met anderen.
6. Kinderen leven zich in in een ding, een idee, een personage, een gebeurtenis of omstandigheid. 6.1 Ze leven zich in in een personage uit een verteld verhaal en geven dat al spelend vorm. 6.6 Verbale en non-verbale spelvormen toepassen of improviseren.
7. Kinderen ontwikkelen hun speeldurf. 7.5 Iets met zelfvertrouwen spelen, met of zonder publiek.
8. Kinderen kunnen expressief omgaan met woord en lichaamstaal. 8.1 Beweging en mimiek aanpassen aan de spelsituatie.

Zang
Muzikale opvoeding.
5.1 Het kind musiceert met klank en muziek.
1. Musiceren en experimenteren met de stem, met aandacht voor een goed stemgebruik, een zuivere toon en expressiviteit. 1.3 Een tekst of een lied uitvoeren met aandacht voor een correct stemgebruik en een goede stemexpressie.
2. Musiceren met voorwerpen en instrumenten, met aandacht voor klankproductie en speeltechniek. 2.3 Bij het musiceren met instrumenten de juiste speeltechniek toepassen.
3. Visuele voorstellingen van klank en muziek met de stem, voorwerpen of instrumenten verklanken. 3.2 Elementaire muzieknotatie als hulpmiddel bij het vocaal of instrumentaal musiceren gebruiken.
5.7 Het kind verwerft bepaalde houdingen via de omgang met klank en muziek.
12. Genoegen beleven aan de omgang met klank en muziek.
13. Eenvoudige regels en afspraken naleven bij de productie of reproductie van muziek.
Eindtermen
2.1 Muziek beluisteren en ervaren.
2.2 Improviseren en experimenteren, klankbronnen en muziekinstrumenten uittesten op hun klankwaarde en in een muzikaal spel daarvan gebruik maken.
6.1 Blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.

Dans
Motorisch vlak:
* De leerlingen kunnen nu bewust bewegen in overeenstemming met een opgelegd ritme: in de maat bewegen (D.1.11.3) en dansante vormen van bewegen (D.1.11.5)
Cognitief vlak:
* De leerlingen kunnen geconcentreerd bezig zijn met een bewegingstaak. Ze hebben besef van het bewegingsverloop: een actie starten op een bepaald moment (D.2.6.6)
Dynamisch- affectief vlak:
* De leerlingen beleven vreugde aan fysieke inspanning (D.3.6.5)

Beeld
10 Het beeldaspect ruimte ervaren en toepassen.
10.4 De oppervlakte van het tekenpapier functioneel aanwenden.
10.7 Ruimtelijke relaties aangeven door overlapping en afsnijding.
11 Het beeldaspect 'lijn' ervaren en toepassen.
11.3 De begrippen spiraalvormig, grillig, diagonaal en evenwijdige arcering toepassen.
12 Het beeldaspect 'vorm' ervaren en toepassen.
12.5 Een vorm zodanig versieren dat het karakter ervan wordt versterkt.
13 Het beeldaspect 'kleur' ervaren en toepassen.
13.9 Door middel van kleur een bepaald element in een werkstuk of een deel ervan in het oog laten springen.
13.12 De symboolwaarde van kleuren illustreren (rood - groen -> kerst)
14 Het beeldaspect 'compositie' ervaren en toepassen.
14.6 De begrippen dynamische en statische compositie toepassen.
15 Het beeldaspect 'textuur' ervaren en toepassen.
15.3 Illustreren dat texturen functioneel kunnen zijn.

==> Terug naar "Muzomoment"

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen